Vrijdag 26 november 2010 om 20.15 uur

d’Abdij, Baron Ruzettelaan 435 te Assebroek

 

WALTER VAN STEENBRUGGE

 

ADVOCAAT VAN DE DUIVEL : HET HEILIG RECHT VAN DE VERDEDIGING ?

 

Vandaag is de perceptie van de advocaat in de publieke opinie dikwijls negatief. Hij praat recht wat krom is en krom wat recht is, en door allerlei (procedure-)trucjes slaagt hij er in een dader aan zijn verdiende straf te laten ontkomen of een geschil te doen aflopen op een manier die niet met ons rechtvaardigheidsgevoel overeenstemt. Erger nog, bij velen leeft de overtuiging dat wie de meeste centen heeft, zich ook de beste advocaat kan permitteren en bij voorbaat van een beter resultaat mag uitgaan. Sommigen beweren zelfs dat het strafproces een kansspel is geworden.

Dergelijke redenering is begrijpelijk, zeker wanneer men zich vooral door emotie en een bepaalde pers laat leiden, doch is te kort door de bocht.

Hoeveel gebreken hij ook heeft, wij leven immers in een rechtsstaat. Wetten en regels, die in principe op een democratische manier zijn tot stand gekomen, bepalen onze rechten en plichten en de wijze waarop conflicten tussen personen onderling of tussen personen en overheid worden opgelost. Als professioneel is de advocaat de eerste die zich hieraan zal en moet houden.

Het recht op tegenspraak en het recht zich op een fatsoenlijke wijze te kunnen verdedigen, zijn fundamentele rechten die vandaag meer dan ooit onder spanning staan. Veelal worden hogere belangen ingeroepen om deze principes aan de kant te zetten. Het resultaat is het belangrijkste.

Nochtans is het onevenwicht tussen de macht van het “apparaat” en de mogelijkheden van het individu nu reeds groot. Alleen zij die reeds met dit apparaat geconfronteerd werden, weten dat de bijstand van hun advocaat dikwijls hun laatste, of zelfs enige waarborg was. Big Brother is overal, de eenzaamheid van de vervolgde is immens …

Anderzijds mag ook de vraag gesteld worden of advocaten dan toch niet enige maatschappelijke verantwoordelijkheid dienen op te nemen, verantwoordelijkheid die verder gaat dan het woord en de opdracht van hun broodheren.

Is de loyale naleving van de eigen beroepsdeontologie hierbij voldoende? Of dient de advocaat zijn eigen hogere moraal te laten spreken? Wat met de gewetenskwestie? Of is dit allemaal te idealistisch en is er enkel plaats voor pure zakelijkheid?

Kortom, discussiestof genoeg, en daarom nodigden wij een bezield advocaat, ervaringsdeskundige en soldaat van vele oorlogen uit om al uw vragen te beantwoorden en remedies voor te stellen.